Tibet: Land van vergetelheid

De Chinese president Xi Jinping brengt binnenkort een staatsbezoek aan Nederland. Anderhalf maand later volgt de dalai lama. Voor het laatste bezoek van de Tibetaans geestelijk leider, vijf jaar geleden, probeerde een journalist mij wat kritische uitspraken over de massale belangstelling voor Tibet te ontlokken. De eerste zelfverbranding had net plaatsgevonden.

De journalist vroeg of de verontwaardiging over het lot van de bevolking van Tibet niet vooral wordt ingegeven door het romantische beeld dat goedgelovige westerlingen van Tibetanen hebben. In sommige ogen zijn mensenrechtenschendingen misschien erger wanneer de slachtoffers Tibetanen zijn, dacht hij. Ik moest hem tegenspreken. We projecteren er inderdaad lustig op los. Maar dat maakt de Chinese onderdrukking van Tibet niet minder wreed.

Het kan niet worden ontkend: het Westen is al eeuwen in de ban van Tibet. In studies als Traumwelt Tibet, Prisoners of Shangri-la en Virtual Tibet wordt uitgebreid stilgestaan bij de vaak absurde uitingen van ‘Tibetofilie.’ Steeds weer blijken romantische voorstellingen ons het zicht op de werkelijkheid te benemen. Het paradijselijke Shangri-la heeft immers nooit bestaan.

De wijdverbreide mythologisering schaadt de Tibetanen ook. Chinese machthebbers zetten tegenover het heersende romantische beeld een even karikaturaal beeld, als zou Tibet voor de bezetting door China een hel op aarde zijn geweest. Geschiedenis als propaganda. Precies zo verhindert de onkritische houding van veel activisten dat hun terechte verontwaardiging over de Chinese onderdrukking van Tibet door de rest van de wereld serieus genomen wordt.

Wie zich in zulke romantische projecties niet herkent–zoals voor veel regeringsleiders uit de Derde Wereld geldt–zal besluiten dat deze rich man’s fancy zijn politieke steun tegenover grootmacht China niet waard is. Daarmee wordt de Tibetanen hun eigenheid geheel ontzegd, en worden zij voorgoed uit de werkelijkheid verbannen. Geen wonder dat jonge Tibetanen zich steeds meer tegen deze beeldvorming verzetten.

Stereotyperingen vormen echter niet alleen een politiek risico. Ze zijn ook de voorbode van een dreigende culturele neergang. In Dark Age Ahead (2004) waarschuwt Jane Jacobs dat de teloorgang van inheemse culturen wereldwijd onomkeerbaar zal blijken zodra deze vergezeld gaat van massaal geheugenverlies: ‘Als ontvangers maar ook als dragers van een cultuur zijn mensen talloze nuances indachtig die alleen maar kunnen worden ervaren.’ Zodra een cultuur niet langer van mond tot mond wordt doorgeven en voorgeleefd verdwijnt deze voorgoed in de vergetelheid. Daarvan is geen herstel meer mogelijk, hoogstens reconstructie.

Nadat de Europeanen Noord-Amerika veroverd hadden, vertelt Jacobs, poogden Indianen hun cultuur eerst aan te passen aan de veranderde omstandigheden. Weldra een minderheid in eigen land, zagen zij zich echter steeds verder teruggedrongen in reservaten waarbinnen geen aanpassing meer mogelijk was. Daarop gaven de Indianen—in navolging van de bezetter of omwille van alcohol, wapens of voedsel—sommige culturele praktijken vrijwillig op, terwijl andere door onbruik langzaam maar zeker werden vergeten.

Met het vervagen van de herinnering aan de oude cultuur veranderde alles: hun taal, godsdienst en rituelen; de samenstelling van huishoudens en gemeenschappen; voedingsgewoonten; begrippen als ‘eer’, ‘schaamte’ en ‘waardigheid’, enzovoorts. Toen de Indianen eenmaal beseften hoeveel verloren was gegaan gingen ze in musea en privé-collecties lukraak op zoek naar verloren gegane informatie Maar de tijd had niet stilgestaan, en de taal van schimmen uit een ver verleden werd door niemand meer verstaan.

De Tibetaanse cultuur is even vergankelijk als iedere andere, en aan voortdurende verandering onderhevig. Na bijna zestig jaar is er geen weg terug naar het Tibet van voor de Chinese bezetting. Toch scheppen westerlingen uit vluchtige indrukken, oppervlakkige contacten, valse herinneringen en de rudimenten van een cultuur in verval nog steeds het Tibet van hun dromen. Maar dat ‘Tibet’ is een land van vergetelheid—een plaats buiten de tijd—waar zij als scheppers alleen met hun gedachten zijn. En waar geen Tibetaan ooit zal wonen.

Eigenlijk tasten wij met onze steun aan Tibet volkomen in het duister. Staatsterreur herkennen we gelukkig meteen voor wat het is, maar het ware Tibet ontgaat ons. Wij zijn nooit dragers van de Tibetaanse cultuur geweest, en ons perspectief is daarom een vertekening. We vertolken andermans gedachten, gevoelens en herinneringen. Vaak moet de verbeelding het werk doen. Hoe toont een buitenstaander de vitaliteit van een wijsheidscultuur die haar geheugen verliest?

Uiteindelijk zijn Tibetanen zelf als enigen in staat zijn de vloed van de vergetelheid te keren door de levende praktijk van hun vorm van boeddhisme te bewaren. Boeddhistische rituelen, schilderingen en teksten spreken immers niet voor zich. Ze staan niet buiten de tijd, maar ontlenen hun kracht aan de schakering aan betekenissen die de levenden aan elkaar weten door te geven. Wijsheid of mededogen worden niet geschilderd, verbeeld of opgetekend, maar belichaamd in de hoofden en harten van maar al te sterfelijke exponenten.

De Tibetanen in Tibet proberen onder onmogelijke omstandigheden hun geestelijk leven intact te houden. Niet uit cultuurbehoud, maar uit zelfbehoud. Religieuze vrijheid—en dus niet alleen het politieke geschil over de landsgrenzen met China—is de inzet van hun strijd. Zodra hun voorbeeld niet langer voortleeft in het geheugen en de religieuze beoefening van hun nakomelingen is het lot van de Tibetaanse cultuur voorgoed bezegeld. Net als de Indianen in Amerika rest de Tibetanen dan hoogstens het bestaan in een reservaat op het dak van de wereld.

Rob Hogendoorn